“WELKE SPREUK OP UW TEGEL”

Van­daag is de eerste dag van de rest van je leven.

Brutale hebben de halve we­reld, de niet ‑brutale dus de andere helft.

Het is vervelend om oud te worden, maar toch de enige manier om lang te leven.

Zoals elke week naar Mac Donalds gaan je geen hamburger

maa­kt, maakt elke ­zondag naar de kerk gaan je nog geen chris­ten.­

Als je alleen nalaat wat verkeerd is, doe je niet ge­noeg, maar het helpt wel.

Verstandig spreken is vaak moei­lijk, maar ver­standig zwij­gen vaak nog moeilijker.

Als je je nek uit­steekt, vergeet dan het hoofd op die nek niet.

We gaan met onze aarde om, of we er nog een in reserve heb­ben.

Als je niet wilt vallen, ga dan vast lig­gen.

Paardenkrach­ten waren een stuk minder gevaarlijk, toen alleen de paarden ze nog had­den.

Wees braaf en vrees de wijsvin­ger van je buren.

In een goede familie gebeurt niet wat in de beste families voor­komt.

Een kruiwagen is er om te kruien,niet om gekruid te wor­den.

Laat de zon ook door de kleine raampjes schijnen.

De doorn krijgt water omwille van zijn roos.

Wij hebben niet te weinig tijd, maar wij verspil­len te veel

Heb je wat gegeven of heb je alleen maar ge­ruild.

Wie bang is voor de wolven, moet het bos niet ingaan.

In tijden van storm, komen schuim en wrakhout boven drij­ven.

Zui­nigheid, als de bodem in zicht komt,is te laat.

Als we voor­deel trekken uit ziek zijn, blijven we ziek.

Met je eigen wijsheid, en een hart vol liefde kom je ook ver.

Of je aan de goede kant staat, licht er maar aan, aan welke kant je staat.

Doe iets meer dan je plicht, precies je plicht doen, is net iets te weinig.

De langste afstand tussen twee punten is, bureaucratie.

Men zegt, fluistert de boze tong.

Een onsje mond houden, doet het beter dan een ton uitleg­gen.

Het leven is als een kinderhemd, kort en bescheten.

Wie niet weet is even blind als iemand die niet kan zien.

Wees vertrouwd, maar vertrouw niemand.

De televisie heeft menige deur geopend, vooral van koelkasten­

Niets is onmogelijk voor degene die het niet zelf hoeft te doen.

Er zijn weinig mensen die mens zijn.

De enige zekerheid in het leven is, de dood.

Geluk is een halte tussen te veel en te’ weinig.

De beste schoonheidscrème is een goed geweten.

De tijd vliegt zegt u, helaas de tijd blijft, wij vliegen.

De grote vissen eten de kleine.

Er verdrinken er meer in het glas, dan in de zee.

Elk heeft genoeg in zijn eigen tuin te wieden.

In de kleinste potjes zit de beste zalf.

Wie niet te raden is, is niet te helpen.

Het lot valt altijd op Jonas.

Wie op zijn zestigste nog alles kan wat hij deed op zijn twintigste, deed niet veel op zijn twintigste.

Teveel drinken op de gezondheid van een ander, brengt de eigen gezondheid in gevaar.

Het ellendige van echte bescheidenheid is, dat je er niet over kan opscheppen.

Geld is een goede dienaar, maar een slechte meester.

Alles is op loopafstand, als je de tijd maar neemt.

De ouderdom begint steeds later, naarmate je ouder wordt.

Een sneeuwbal en het lasterwoord, groeien onder het rollen voort.

Rijdt nooit sneller, dan je beschermengel vliegen kan.

Eén van de nadelen van niets te doen hebben is, dat je er niet even van kan uitrusten.

Wie niet oud wil worden moet zich jong doden.

Waar god een kerk sticht, bouwt de duivel een kapel.

Geld is niet alles volgens degene die het zat hebben.

De man wikt, doch de vrouw beschikt.

Vreemde ogen dwingen ook al niet meer.

De geest is gewillig en het vlees ook.

Drank maakt meer kapot dan je lief is; maar de televisie ook.­

Een man denkt altijd iets langzamer dan zijn vrouw praten kan.

U komt er wel achter als u er voor komt.

Wie geeft wat hij heeft, is alles kwijt.

Als de nood hoog is, dan heeft de buurman nog wel een pint­je.

Oost west; thuis is het ook niet alles.

Vele kleintjes maken een groot huishouden.

De onhandigen vallen in de lift nog van de trap.

Al wat van jou is, is van mij en wat van mij, is daar blijf jij af.

Eerlijk delen is; ikke alles en jij niets.

Zij is geluk­kig en ik ben getrouwd.

Zonder geluk breekt niemand zijn been.

Zo het klokje thuis tikt, tikt het in de kroeg ook.

Tob nooit.

Hij zag het licht, want zijn lamp ging uit.

Wie een kuil graaft voor een ander, zweet zich te barsten.