NOSTALGIE

Waar zijn de korenvelden met hun gele aren ?

waarin de wind graag speelde ,ik wou dat ze er nog waren.

Die blauwe korenbloemen ,klaprozen en margrieten

van zo een prachtig veldboeket kon ik zo van genieten.

Waar zie je nog een paard gespannen voor een eg

of trekkend voor een ploeg ?..dat alles is ook weg.

Ook het vertrouwde beeld van het melken der koeien

er zijn maar weinig bomen meer waar sterappels aan groeien.

Weg is de ‘Konijnenberg’en de ‘Hogekant’

waar wij als kinderen speelden in het witte zand .

Weg is die groene sproeiwagen die door Dongen reed

om de regen te vervangen als het zomers was bloedheet.

Ook het oude winkeltje waar wij draaiden voor een cent

een ‘bakkesvol ‘ jodenvet of snoepjes met een plakprent.

Weg is het oude vrouwtje dat uit Oosterhout kwam

met haar antieke kinderwagen ,moeder kocht er altijd van.

De voddenboer bij onze school met zijn versierde bakfiets

dan zeurden wij thuis om todden want anders kreeg je niets.

Zoals een vlaggetje ,een ballon ,kleurkrijt of een jojo

hoe meer vodden je gaf des te groter het kado!

Veel jaren geleden kwam er op de Geer een straatorgel voorbij

dat haalde beelden uit mijn jeugd op en inspireerde mij ,

om te schrijven dit gedicht dat ik met weemoed deed,

met een hart vol nostalgie kwam het weer gereed ….

Morgenstond,

Verlaat
je bed

in
de morgenstond

met
een blij gezicht

en
kijk niet steeds

naar
de schaduwkant

doch
zoek het licht.

Want
waarom zou je

eigenlijk
somber zijn

er
is altijd wel ergens

wat
zonneschijn

en
bij al het geluk

dat
het leven je geeft

zijn
je zorgen maar klein.

Joke.

Bloemetjes,

De
bloemetjes gingen slapen

Zij waren het geuren moe, zij knikten met
hun kopjes mij welterusten toe.

Zacht ritselt gindse lindeboom, en
wiegt de bloemetjes in hun droom.

De vogels zongen vrolijk door het
zonnetje gekust, nu vouwen zij hun vleugels begeven zich in rust.

Dan
hoor je het krekeltje In het donker veld, die nu blij en luid zijn
lang verhaal vertelt.

Joke

Reebok

Overdag zit jij verscholen

In het dichte kreupelhout

daarna kom jij plots te voorschijn

uit het donkere woud,

Ik heb jou van dichtbij gezien

met je neus fier in de lucht,

even mocht ik jou aanschouwen

daarna ben jij weggevlucht.

Jij stond daar in de avondzon

schitterend in het licht,

de laatste zonnestralen

waren op jou gericht.

Jij met je goudbruine kleur

was een prachtig ree,

jij blijft mij steeds voor ogen

zo iets maak ik nooit meer mee.

Joke

Vogeltjes

Er schommelt een wiegje in het bloeiende hout,

een wiegje met bloemen gordijntjes.

Dat hebben twee vogeltjes samen gebouwd

en zie eens hoe keurig en fijntjes.

Als het windje speelt het lover streelt

dan schommelt het tedere wiegje mee,

als scheepjes op een deinende zee.

In dat tedere wiegje is een wonder geschiet,

uit de eitjes zijn jonge geboren.

Nu zingt in verrukking het gaaike zijn lied.

Een liedeke zacht om te horen.

Hoe het schatert door het hout

en het klatert door het woud

en moederke dekt ze van het luisteren niet moe

met koesterende vleugeltjes toe!

Joke.

Een gedichtje uit mijn kinderjaren,

Hier volgt nog wat nostalgie uit de jaren van mijn jeugd

waar ik vaak aan terug denk vol dankbaarheid en vreugd.

‘zondags mochten wij van meneer Karel van Aphen

met begeleiding van pa en moeder de ‘bogerd’in

waar wij heerlijk konden rennen en hadden het naar onze zin.

Ik zie nog die mooie laan met aan weerszijde een sloot

waarin de kikkers kwaakten en menig visje in genoot.

Nog even naar het paard en de oude schaapskooi

waarin de lammetjes blaatten spartelend in het hooi.

In de winter mochten wij schaatsen op de grote sloot

krabbelend achter een oude stoel,de hilariteit was groot.

In het najaar bouwden wij in onze tuin een circus op

een grote piste werd gemaakt,de vreugde steeg ten top.

Ook mochten wij daar ‘hockeyen’ met grote stokken

soms ging het wel erg hard er vielen wel eens brokken.

Op blikken lopen was ook een sport dat deden wij in de ‘sticht”

en onder het zakkenlopen gingen wij vaak op ons gezicht.

Hinkelen-bokken-buuten-repen-jaren telkens weer

die hele leuke spelletjes vergeet ik nooit meer!!

Baby”s

Twee spartelend beentjes

twee zwaaiende handjes

een luid kraaiend mondje

nu nog zonder tandjes.

Twee heel grote kijkers

die je warmte geven

voor zo’n lief kindeke

is het waard om te leven!

*********

Die kleine kindertjes

zijn nu o,zo groot

voorbij zijn die jaren

waar ik zo van genoot.

Aan die spartelende beentjes

zitten nu grote voeten

die zaaiende handjes

zij nu handen die groeten.

In dat kraaiende mondje

prijkt nu een helder gebit

geluidjes zijn nu woorden

waar veel warmte in zit.

Die heldere kijkers

zijn ogen die kijken

naar grijzende haren

en rimpels die prijken

ze stralen vol liefde

die ik hun heb gegeven

en nu terug mag ontvangen

het is nog waard om te leven

Fietsen

Als het een dagje mooi weer was

namen wij gauw een besluit.

wij pakten samen de fietsen

en trokken er op uit.

De prachtige natuur in

het is heerlijk daar buiten

je ruikt de geur van het land

je hoort de vogeltjes fluiten.

Wij reden langs akkers

groene weilanden en bos

lags oude boerderijen

en wij trapten er op los.

Dan waren wij ontspannen

dachten niet aan morgen

die uurtjes waren kostbaar

even zonder zorgen..

Soms fietsten wij zwijgend

rustig en stil naast elkaar

toen waren wij nog samen

daarvoor waren wij dankbaar!!

Het klokje,

Er klonk een klokje door de straat zo vroom en biddend zacht

en elkeen wist dat men ons Heer naar ene zieke bracht.

En allen knielden langs de weg en elk sloeg op hun borst

en niemand die uit eerbied nog een spreukje spreken dorst/

Eerbiedig stonden allen op was hij voorbij gegaan

en sloten zich eerbiedig bij de vrome bidders aan.

Zij kwamen langs een korenveld onover zichtbaar groot

aan de overzijde stond het huis misschien was hij reeds dood.

De priester wilde dwars door het veld en door het koren gaan

doch tierend kwam een rijke boer plots dreigend voor hem staan.

Terug! gij trapt met al uw volk mijn koren aan de grond

de priester bad vergeef hem Heer en keerde weer terug

met onze Lieve Heer.

Doch zie een arme boer kwam uit de vrome schaar en zei

ach meneer pastoor ga door mijn land mijn bonen daar.

De zieke man had lang gewacht,toen hij ons Heer ontvangen

had legde hij zich rustig stervend neer.

De oogst brak aan en het bonenveld was vol van blij gelach

en van het gezang `der plukkers die plukten elke dagNU S

De oogst brak aan in het korenveld,het droeg geen korrel graan

want in de bloeitijd was ook daar,ons Heer voorbij gegaan

Dankbaarheid,

Heer ik wil u danken

dat ik ben geboren

dat ik lopen kan praten zien en horen

Dat ik lief kan hebben lachen,huilen,zingen

dat ik mag genieten

van de kleinste dingen.

Dat ik liefde mag ontvangen

en ook geven,

dank u Heer

dat ik mag leven!!

HERFST

De herfst is gekomen

het wordt dor in de tuin

de bladeren bruin

en vallen van de bomen.

De laatste bloemen bloeien

voorbij is de kleurenpracht

door de natuur bijeen gebracht

het blijft mij steeds boeien.

Mooi is ook dit jaargetij

het rode eikenblad.

de struiken langs het pad

gaan niet aan mij voorbij.

Wij gaan weer naar het bos

om kastanjes te rapen

waar wij poppetjes van maken

eikels zoeken tussen het mos.

Paddestoelen groot en klein

met hun mooie kleuren

komen het bos opfleuren

ook de herfst mag er zijn!

INGEZONDEN DOOR :

Joke van Dongen –van den Nieuwenhuijzen

Spiegelbeeld,

Ik zie een lief kindje

met lachende mond,

een mooi roze lintje

in krulletjes blond.

Zij is heus niet verbolgen

knikt vrolijk mij toe

en schijnt mij te volgen,

in al wat ik doe.

Hoe mag zij wel heten

daar achter dat glas?

Ik zou graag willen weten

wie dat wezentje was.

Het maakt mij wat kriegel

een Fee of een Elf,

het staat voor de spiegel

dan ben ik het zelf !

Joke.