LEES DEEL 1 HIER

LEES DEEL 3 HIER

De keuken en woonkamer waren gezellig ingericht .
De voorkamer had iets deftigst iets wat je kon omschrijven als bijna heilig.
Die werd dan ook alleen gebruikt tijdens hoogtijdagen en met de kermis.
Dan gingen de schuifdeuren open en werd tante Marie gelijk een pauw zo trots.
Ome Lowie ze altijd plagend dat ze dan ‘ nun hond met zes staarten was ‘.
Voorbijgangers konden dan zien dat het een deftige kamer was en dat ze die dan gewoon gebruikten.
Voorbijgangers genoeg overigens ; tegenover was het café ‘ De Ronde’ dat vooral met de kermis veel bezocht bleek.

Het was dan wel geen kermis vandaag maar de voorkamer werd vandaag ook gebruikt.
” het is oogstfeest,” zei tante ” van de week brengt iedereen de oogst naar het ‘fabriekske’ “
En vele karren zag ik die dag voorbij komen.
Sjouwerlieden, mannen en vrouwen die volle karren met juten zakken vol verse groenten en uitjes naar de conservenfabriek brachten.

Die dag zei tante Marie het nog eens duidelijk en met grote nadruk tegen me:
“Ge moogt dan wel ne keer in de voorkamer komen ,maar ge moogt nooit alleen op de zolder van ome Lowie komen, daar hebt ge niks te maken”

Ik lag al op bed toen ik op straat iemand een liedje horen zingen.
Nieuwsgierig keek ik naar buiten en zag ome Lowie samen met kar ,die hij kris-kras over de hele breedte van de straat reed.
Ik zag even later ook tante Marie naar buiten komen die de helpende hand toestak door de poort open te zetten.
Het duurde even voordat de kar onder het afdakje achter de schuur stond en ome Lowie naar binnen was geholpen.
Hij bleef maar zingen , ook toen tante Marie zei dat hij daarmee de kinderen nog wakker zou maken.
Ze wist eigenlijk ook wel dat wij met z’n zeveren op de overloop nog volop aan het knikkeren waren.

” Maakt eerst maar eens een kruiske…” hoorde we tante Marie zeggen.

Dat was spannend.
Een voor een zagen we door de openstaande deur dat ome Lowie aan een stuk door kleine kruisjes aan het maken was en -zo zat was ie nou ook weer niet – dat voor de grap af en toe eens met zijn linker hand deed.

Tante Marie vond het al lang goed en haalde de uit zijn rechter broekzak 16 kostbare guldens tevoorschijn die ze trots in haar beurs stopte.
Nog beter gestemd was ze toen ze uit de andere broekzak voor ongeveer twee gulden klein geld haalde. Met een brede glimlach stopte ze het klein geld terug in zijn linker broekzak en ondersteunde hem op weg naar de trap naar boven.
Wij lagen al lang weer op bed toen we een grote boenks hoorden. Ome Lowie lag er in….
Even later werden we wakker gehouden door een luid gesnurk.

Ik herinner me dat ik die nacht ook lag te denken aan wat tante tegen me zei over de zolder boven de werkplaats van ome Lowie.
Ooit was ik eens samen met tante op die zolder.
Achter een groot houten schot lagen gedroogde mastappels die gebruikt werden in het keuken kacheltje ‘s- winters .
De ruimte werd ook gebruikt om de was te drogen als het regende.
Er hingen wat gedroogde bloemen vlak bij het dakraampje en in de hoek van de zolder naast wat witte dozen stond een pekelton waar het vlees van het varken werd bewaard als de mensen dat in de oktobermaand slachtte.
Ik nam me voor om de andere dag toch eens te vragen waarom ik niet alleen op die zolder mocht komen.
Ondanks het gesnurk van ome Lowie sukkelde ik langzaam in slaap…..

De dag daarop was ik vroeg wakker.
Ik zou en moest weten over die geheimzinnigheid over de zolder.
Tijdens het ontbijt wat tante al voor we op stonden had klaargemaakt vroeg ik aan een nog slaperige ome Lowie wat er nou eigenlijk zo bijzonders was op die zolder.

Tante Marie en ome Lowie keken elkaar lang en zwijgzaam aan.
” goed , kinderen, ik zal het zeggen ,maar het blijft ons geheim ” zei ome Lowie.
Tante knikte.
“Op de zolder bewaren we al drie jaar een appel…”
” Een appel?” vroeg ik…
Hij stond langzaam op.
Weer knikte tante.
Even later kwam hij terug met onder zijn arm een oude schoenendoos.

(c) Piet Eelants 1986 /2011