Van
zusters en broeders ,verzekeringspremies,
complex
vraagstuk, geheimzinnigheid alom en een MRI -tje meer of minder

Zusters
en broeders heetten ze vroeger. Ze droegen kappen , kapjes , lange
rokken of broeken. Vooral wit. Enkel wit soms. Witte schoenen met
daarin witte veters. Ze hadden te maken met een dikwijls withete
hoofdzuster die de broeder of zuster niet wit maar zwart schold . Nu,
vandaag, dragen de zusters korte ,soms bijna doorschijnende kleding
die ze misschien dragen tot latent genoegen van en ter bevordering
van herstel of van naar genezing snakkende patiënten.
Verpleegkundigen op kinderafdelingen dragen gewone kleren
tegenwoordig. Ze geven hun patiëntjes nu de nodige spuitjes in een
fel rood t-shirt terwijl cliniclowns vrolijk gekke bekken staan te
trekken. Het zodanig afgeleide kind voelt de prik nauwelijks. Er zijn
al ziekenhuizen waar op verschillende afdelingen veel bedden
vervangen zijn door moderne comfortabele fabuleus uitziende
fauteuils. De fauteuils dienen het gemak van de patiënt, de dokter,
de broeder of de zuster die allemaal Piet ,Anneke of Dirk heten. De
dokter wordt dus met Jan of Piet aangesproken en na wederzijds
goedkeuren wordt ook getutoyeerd naar de cliënt toe. Wat blijft is
de genegenheid naar de mens waar het allemaal om draait. Het doel is
om sneller dan de concurrentie de patiënt onverlet de aandoening
weer op de been en uit de fauteuil of het bed te krijgen. Men krijgt
de deskundigheid waar het ziekenhuis en vooral de patiënt na ontslag
blij om kan zijn. De kamers zijn voorzien van televisie en WiFi. Een
MRI-tje meer of minder kan alleen de gezondheid ten goede komen en
die pret- echo is ook een bron van inkomsten. Een ziekenhuis die de
mooiste ingang heeft of de duurste technische snufjes ook voor het
oog toepast heeft de beste naam en sluit de beste contracten af met
de zorgverzekeraar.

Al met al is het in een ziekenhuis van
tegenwoordig goed toeven. Allemaal misschien een beetje gechargeerd ,
maar kan het nog erger of komt er verandering in. Ik ben geen
koffiedikkijker natuurlijk, maar ik voel dingen soms wel eens met
mijn klompen aan. En soms denk ik er nog over na ook. Kijk , met
enkel het uitdunnen en op de pijnbank liggen van de ontelbare
graaiers in ze ziekenhuiswereld kom je er niet. Het is wel nodig
natuurlijk. Maar ook de patiënt zou wat in kunnen leveren of in dit
zomerse suggestiecircus zelfs ‘ bijdragen’. Dat kan volgens mij zelfs
leiden naar de mogelijkheid om de verzekeringspremie drastisch te
verlagen , geen eigen geldelijke bijdrage te hoeven te betalen en de
goede redelijke zorg in kwaliteit en kwantiteit in ziekenhuizen
niet aan te tasten. Het lijkt wel op een sprookje. Nou geloof ik
zelf al lang niet meer in het officiële verhaal van de wolf en de
zeven geitjes, maar net als die wolf die overigens niet zo boos als
dat het sprookje ons wil doen geloven, moeten mensen ook als ze
patiënt heten , eten en drinken. Het toeval wil dat als de mens géén
patiënt is , deze ook moet eten. Sterker : Als de mens nog gezond is
, zou de mens gewoon gezond moeten eten om geen patiënt te worden.
Dat kun je al bereiken door matig te eten .( Zie
PEE 67
) Een
simpel verhaal eigenlijk maar wel een ander. In dit zomerverhaal gaat
het meer over het verstrekken van eten in een ziekenhuis. Is dat dan
niet normaal..? Als ik deze vraag in 2025 zou stellen is dat nog maar
‘de vraag ‘. Op deze vraag wordt er volgens mijn koffiedik dan een
ander antwoord op gegeven. Natuurlijk is het dan normaal dat de
patiënt die thuis weer geen patiënt is dat dan zelf betaald net
als thuis. Wat weer heel typisch is , is dat zowel mijn eigen
zorgverzekeraar als een groot regionaal ziekenhuis geen mededelingen
‘konden’ doen over de kosten van voeding en hoeveel er doorgaans voor
eten en drinken wordt gedeclareerd of berekend. “Dit
betreft een heel complex vraagstuk en de informatie is niet eenvoudig
aan te leveren “ was een van de antwoorden. Geheimzinnigheid
alom en dat zet mij dan weer aan het denken. Waarom geen open kaart.
We hebben het toch niet over open wonden. Toch ? Smakelijk eten en
verslik u niet in de hoge premies.